Sociaal engagement als indicator voor een duurzame onderneming

We kennen de financiële waarde van een vrachtwagen, vrachtschip of ons eigen bedrijfsterrein. Omzet, winst en kosten worden op een transparante manier in een jaarlijks rapport weergegeven. Financiële en economische indicatoren zijn echter niet de enige maatstaven die de waarde van een onderneming bepalen. Gezonde en tevreden werknemers, minder CO2-uitstoot dankzij nieuwe productieprocessen, gelijke loonvoorwaarden voor mannen en vrouwen enz. Die elementen zijn minstens even belangrijk als winstcijfers. Toch wordt de sociale index nog niet overal toegepast en gemeten. Christian Heller, Vice President van BASF en CEO van de Value Balance Alliance, merkt wel een duidelijke verschuiving van exclusieve winstgerichtheid naar een holistisch en geïntegreerd besluitvormingsproces dat naast de financiën ook rekening houdt met de planeet en de mensen. Van winstmaximalisatie naar waardeoptimalisatie.

BASF is een chemisch bedrijf in de haven van Antwerpen en een internationale speler met een duurzame beleidsstrategie. In ons dagelijks leven komen we via tal van oplossingen met BASF in aanraking.

"We willen ons steentje bijdragen aan een wereld waarin een leefbare toekomst met een betere levenskwaliteit binnen ieders handbereik ligt. Dat doen we door chemische toepassingen voor onze klanten en de samenleving te ontwikkelen en hierbij de beschikbare middelen optimaal te gebruiken."

Over BASF

Vandaag speelt duurzaamheid een belangrijke rol bij de waardebepaling van een bedrijf. In de toekomst zal dat ook steeds belangrijker worden.

Christian HellerVice President van BASF en CEO van de Value Balance Alliance

FPIM staat voor Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij. Als investeringsmaatschappij enerzijds en holdingmaatschappij voor de Belgische staat anderzijds legt FPIM zich voornamelijk toe op:

 

  • investeringen in bedrijven met interessante toegevoegde maatschappelijke waarde in een van de prioritaire sectoren, een van de doelen van de FPIM voor 2025;
     
  • kapitaalverwerving in ondernemingen die van strategisch belang zijn voor het Belgische federale beleid, met eigen middelen of met overheidsgeld dat op projectbasis wordt toegekend. In het laatste geval handelt de FPIM op basis van een zogenaamd gedelegeerd mandaat.

Wat is nu de toegevoegde waarde voor de maatschappij?

Sinds de oprichting van FPIM in 2006 is haar investeringsstrategie sterk gericht op het ondersteunen van duurzame sectoren of het stimuleren van duurzaamheid in traditionele sectoren. De financiering is niet enkel op winst gericht, maar zou ook een belangrijk verschil moeten maken voor het milieu, de biodiversiteit, het klimaat, de gezondheid... Transportvernieuwing, de energietransitie en retrofitten in de bouwsector zijn de investeringsdomeinen bij uitstek.

We richten ons op sectoren met een duidelijk duurzaam traject die ook investeringen nodig hebben

Koen Van LooCEO FPIM

Het belang van sociaal engagement

Het bruto nationaal product (bnp) meet de economische groei van een land. Bedrijven zijn gebonden aan een rapport dat hun financiële en economische prestaties helder vermeldt. Naast winst vormen mensen en de planeet nu de twee andere steunpilaren van een gezond bedrijf. De bedrijfsrapportage evolueert ook mee met die veranderingen, vooral in de Europese Unie via de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de taxonomieverordening. Maar is de huidige interpretatie van het bnp nog steeds relevant? De ranking met de succesvolste bedrijven zou volledig door elkaar geschud worden als we de sociale index in rekening zouden brengen.

 

"Wil je als bedrijf een de toekomst in de veranderde bedrijfsomgeving, dan moet je op lange termijn denken. Je moet herdenken wat waarde nu precies betekent voor een onderneming: de waarde van het bedrijf zelf en de waarde die het toevoegt aan de maatschappij. Je moet meer KPI's dan enkel winst betrekken: immateriële activa, impact op en afhankelijkheid van natuurlijk, maatschappelijk en menselijk kapitaal...", aldus Christian Heller.

 

Door waarde in al zijn facetten centraal te plaatsen, treedt de economie een duurzaam tijdperk binnen. Omdat de interesse in duurzaam ondernemen toeneemt, rijst de vraag hoe we de sociale waarde van een bedrijf kunnen meten.

Winst? Natuurlijk!

De mondiale markteconomie is de efficiëntste motor die er bestaat voor welvaart en innovaties. Bij ondernemen kan je niet om het financiële aspect heen. "Je bedrijfsactiviteit moet winstgevend zijn, maar je moet jezelf ook afvragen waarop die winst gebaseerd is", vertelt Christian. Tegenwoordig heeft het geen zin meer om in te zetten op dure investeringen met fossiele brandstoffen als enige energiedrager. Langdurige waarde rond je bedrijf creëren betekent ook toekomstgericht handelen. Duurzame en innovatieve oplossingen vormen hiertoe de sleutel.

 

"Voor tal van sectoren en bedrijven betekent dat ook: je bedrijfsmodel veranderen en omgooien. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar als je wilt overleven, moet je wel evolueren naar een draagvlak waarbij winst niet lijnrecht tegenover de mensen en de planeet staat, maar ermee in evenwicht is", geeft Christian aan.

Verschuiving van aandeelhouder naar belanghebbende

Elke onderneming is een schakel in een groot netwerk. De klanten en het milieu laten hun stem tegenwoordig steeds luider horen. Sociale media vormen een platform om je mening uit te drukken en groepen te vormen. We zijn allemaal gevoelig voor beeldvorming rond een merk of product. Bedrijven moeten hier dan ook rekening mee houden. Elke beslissing kan een volledige groep over de streeptrekken of juist definitief wegjagen.

Neem bijvoorbeeld de schoolstakingen voor het klimaat. Wie had twintig jaar geleden ooit kunnen voorspellen dat een volledige generatie op straat zou komen voor een duurzame toekomst? Een bedrijf kan de stem van de gemeenschap niet zomaar in de wind slaan bij beslissingen.

Christian HellerVice President van BASF en CEO van de Value Balance Alliance

"Neem bijvoorbeeld de schoolstakingen voor het klimaat. Wie had twintig jaar geleden ooit kunnen voorspellen dat een volledige generatie op straat zou komen voor een duurzame toekomst?", voert Christian aan."Een bedrijf kan de stem van de gemeenschap niet zomaar in    de wind slaan bij beslissingen." Het dogma van de aandeelhouderswaarde heeft afgedaan. Doordat bedrijven steeds meer invloed verwerven, pleiten meer groepen in  onze samenleving terecht voor verantwoordelijke daden. 

Nieuwe leiders zijn 'gevoelige leiders'

Koen Van Loo maakt die omslag ook van dichtbij mee. Hij merkt dat er bij bedrijven die stappen in de goede richting zetten vaak 'gevoelige leiders' aan het roer staan. "De top moet het voorbeeld geven", zegt Koen. "Vandaag heeft een leider niet enkel professionele en leidinggevende vaardigheden in huis, maar heeft hij/zij ook voeling met het milieu, bezit een gezonde dosis empathie en weet wat de wereld nodig heeft. Christian wees er al op, financiële zaken moeten natuurlijk ook een rol spelen, maar voor een nieuwe leider gaat het verder dan dat", vindt Koen.

Duurzaamheid indexeren en meten

Bedrijven, gemeenten en eindklanten hebben een heuse bewustmakingsfase doorlopen. We zijn ons er steeds bewuster van dat de mens de planeet aan het uitputten is. Dat heeft een negatieve weerslag op het klimaat. Onze manier van werken is ook aan het evolueren. De missie en visie van een bedrijf, ook op maatschappelijk vlak, bepaalt steeds meer voor wie we willen werken. Strookt die visie met jouw persoonlijke waarden?

 

De fundamentele bedrijfsmodellen zijn echter weinig tot niet veranderd. Onder impuls van consumenten, bedrijven, investeerders en beleidsmakers zal dit de komende jaren razendsnel veranderen.

 

"Bedrijven geven hun duurzaamheidsinspanningen al jarenlang aan. Toch ontbreekt het aan coherentie in de rapportagekaders en de methodes om prestaties te meten. Neem nu de meting van een opleiding. Opleidingen zijn natuurlijk waardevol, maar er zijn gradaties. Je kunt urenlang opleidingen volgen en niets bijgeleerd hebben. Welke waarden kennen we daar dus aan toe? Momenteel kan duurzaamheidsinformatie niet vergeleken worden en wordt ze niet volledig geïntegreerd in de besluitvorming en de koers van het bedrijf", aldus Christian Heller.

 

Om dat probleem aan te pakken sloegen internationale bedrijven de handen ineen met de vier grootste auditkantoren en stampten ze de Value Balance Alliance onder leiding van Christian Heller uit de grond.

 

Value Balance Alliance

Het doel van de VBA is bedrijven in staat te stellen om de motor van verandering te worden voor een duurzame toekomst: van winstmaximalisatie naar waardeoptimalisatie.

 

"We standaardiseren methodes om de impact van bedrijven op de natuur, maatschappij en economie, alsook de niet-financiële waarde van het bedrijf te meten en taxeren. We verbinden bestaande kennis en slaan een brug tussen financiële en niet-financiële informatie. We schalen de integratie van duurzaamheid op door onze methode breed toe te passen. Daarnaast integreren en testen we die methode in onze dagelijkse beslissingen en communicatie. Tijdens wederzijdse leeractiviteiten delen we voorbeelden van hoe een holistische bedrijfsvisie het pad effent richting een duurzame en inclusieve toekomst", licht Christian toe.

 

Jarenlang dachten bedrijven enkel aan cijfers en de boekhouding om de activa en passiva in evenwicht te brengen. Uit die methodologie met monetaire parameters ontstond de oplossing om maatschappelijke waarde tegen financiële waarde af te wegen. Volgens het principe van management accounting wordt het een stuk makkelijker om te beslissen wanneer meerdere indicatoren een rol spelen.

Is dit de mirakeloplossing om de maatschappelijke waarde van een bedrijf te bepalen? Neen. Maar het is wel een nuttig instrument dat bedrijven helpt in hun besluitvormingsproces richting een duurzame toekomst. We maken het mogelijk om de winst en de milieu-impact met elkaar te vergelijken

Christian HellerVice President van BASF en CEO van de Value Balance Alliance

Koop je nu een nieuwe machine die veel uitstoot of investeer je in een bedrijf dat binnenkort een groen alternatief voor die machine op de markt brengt? Die knoop kan je niet makkelijk doorhakken zonder naar de voordelen op lange termijn te kijken. Precies dat probeert de Value Balance Alliance te bereiken: het financieel, maatschappelijk, menselijk en natuurlijk kapitaal meewegen in een gemeenschappelijk, overkoepelend systeem om voor iedereen waarde te creëren.

Maatschappelijke waarde voorop

Veel aspecten om duurzame prestaties te meten komen samen, vertelt Christian ons. Zo bundelt BASF verschillende methodologieën door voort te bouwen op bedrijfsgegevens en meetmethodes (bottom-up) en sectorgegevens en -methodes (top-down).

 

Christian, vroeger verantwoordelijk bij BASF voor het Value-to-Societyproject, en zijn team begonnen met indicatoren zoals winst, belastingen, lonen, opleiding, gezondheid en veiligheid, luchtvervuiling, klimaat, landgebruik, waterverbruik en -vervuiling, afval... Bij die methodologie worden de productieprocessen alsook de waardeketen in de toelevering en verwerking onder de loep genomen.

 

De hamvraag: is het mogelijk om de positieve en negatieve bedrijfsfactoren voor waardecreatie die de duurzaamheidsprestaties van een bedrijf weerspiegelen en aantonen te definiëren en regelmatig te meten? Ja, BASF heeft dat bewezen door zijn maatschappelijke waarde sinds 2013 te meten. De resultaten van verschillende toepassingen bieden informatie voor de besluitvorming en koersbepaling binnen het bedrijf.

 

"Op termijn moeten we tot een wereldwijd doeltreffend ijkpunt voor de rapportering komen. Als financiële en niet-financiële aspecten niet op dezelfde wijze gemeten worden, dus gedegen en gestandaardiseerd, dan kunnen we de prestaties van bedrijven ook niet vergelijken. Er bestaat momenteel nog geen standaard, maar samen met zijn partners streeft BASF ernaar om een holistische aanpak te ontwikkelen en in te voeren voor een betere besluitvorming en meer transparantie in de rapporten", zegt Christian.

 

Een sociale index bij de goedkeuring van investeringen

FPIM evalueert investeringsmogelijkheden in principe op basis van een vijfjarig ondernemingsplan, wat redelijk lang is voor een start-up. De essentie van de plannen moet voor Koen en zijn team glashelder zijn. Langs de andere kant is FPIM een geduldige langetermijninvesteerder die op korte termijn geen financieel rendement verwacht. Bovendien wordt ook het maatschappelijke aspect betrokken in de evaluatie van een investeringsaanvraag. Wat biedt het bedrijf op het gebied van mensen, klimaat, milieu...? FPIM neemt bij elke aanvraag alles gedetailleerd in beschouwing.

 

"De factor die voor ons met stip op nummer een staat is de overtuigingskracht om een positieve impact voor mensen en de planeet te verwezenlijken. Zo pikken we vaak een interessant project uit de niet-geselecteerde projecten."

Een gespecialiseerd team verwerkt alle beschikbare informatie, zet vraagtekens bij ondernemingsplannen en bepaalt welke bedrijven een positief resultaat ontvangen. De raad van bestuur van FPIM heeft het laatste woord in de investeringsbeslissing. Momenteel is er geen geautomatiseerd proces voor alle investeringsaanvragen. Voorlopig maakt FPIM nog steeds beslissingen op basis van de expertise binnen FPIM en ons netwerk. De Value Balance Alliance zou in de toekomst onze aanpak kunnen aanvullen.

 

"Het is de norm dat bedrijven met toevoegde waarde voor de maatschappij een voetje voor hebben. Bedrijven die enkel op winst azen maken geen schijn van kans om een FPIM-investering aan de haak te slaan", zegt Koen.

De groene taxonomie van de EU

Wereldwijde harmonisatie van de rapportering en afstemming op beleidsdoelstellingen Om de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2030 en de doelstellingen van de Europese Green Deal te halen, is het essentieel om ons te richten op investeringen in duurzame projecten en activiteiten. De EU heeft drie kerninitiatieven opgestart om de economische sector aan te sporen meer bij te dragen: de CSRD voor transparante rapportering op bedrijfsniveau, de taxonomie als classificatiesysteem voor duurzame bedrijfsactiviteiten om investeringen te herverdelen en de SFDR.

 

Dat is een goed begin, maar we moeten rekening houden met de wereldmarkten. Daarom moeten de inspanningen van de EU aansluiten bij het wereldwijde draagvlak dat momenteel door de IFRS Foundation ontwikkeld wordt.